4 – WERKWIJZE REDACTIE

Print Friendly, PDF & Email

1. webgeoriënteerd

2. gebruik van data/dashboards

3. hoe gaan we te werk (compositie)?

4. journalistieke schrijfstijl: ambachtelijke richtlijnen

5. Kunstmatige intelligentie (AI) in ons journalistieke werk


1. webgeoriënteerd

Voor nieuwkomers en zij die een opfrissing nodig hebben, wijden we dit hoofdstuk aan onze (vernieuwende) werkwijze. Alle redacties werken ‘webfirst’. In eerste instantie wordt het artikel geschreven voor publicatie op het web (mobiel, website) en zo geschreven en verrijkt dat het artikel digitaal optimaal kan worden gepresenteerd. Met het voor publicatie geschikte aanbod (van de dag) wordt aan het einde van de middag/avond een papieren krant gemaakt voor de volgende dag.

Regioredacties labelen in de planningstool hun parels van artikelen opdat de internetredactie precies weet welke artikelen op te nemen in nieuwsbrieven, welke te pushen en welke een prominente plek te geven op de websites.

Op de homepage van nhd.nl – de titel die meerdere regioredacties kent – is sprake van een redelijke  verdeling over de hele regio waarbij tegelijkertijd scherp wordt gekeken naar welke artikelen kansrijk zijn op groot succes, dat wil zeggen: die voorzien in de informatiehonger van de lezer.

We werken met planningstool Trello waarin opgenomen het zendschema ter publicatie van artikelen. In het zendschema staat vermeld waarover een artikel gaat, de lengte, de auteur, foto’s en wanneer het artikel af kan zijn. De leidinggevende van de dag bepaalt het tijdstip waarop het artikel digitaal wordt gepubliceerd. Het gebruikelijke zendschema voorziet in een reeks verhalen van verschillende lengtes die gedurende de dag worden gepubliceerd in een zodanige omvang en hoeveelheid dat daarmee ook een papieren krant kan worden gemaakt.

De themapagina’s Werken, Fit, Slim en Groen en magazine Vrij liggen in handen van aangewezen coördinatoren onder leiding van de chef Uit. Zaterdagbijlage Plus is de verantwoordelijkheid van de centrale tafel, met de coördinator Uit als uitvoerend verantwoordelijke. Publicaties zijn ook digitaal, maar niet ten principale webfirst.


2. gebruik van data/dashboards

Ter ondersteuning van redacteuren en leidinggevenden staan op elke (regio)redactie schermen met daarop live de lezersdata van onze artikelen. Zo kan de redactie permanent zien welke artikelen op belangstelling kunnen rekenen van de lezer. Dat kan aanleiding geven tot aanpassing van de redactionele koers, door bijvoorbeeld (snel) follow-ups te maken bij (onverwacht) populaire verhalen. Data zijn voor iedereen webbased beschikbaar.

Beschouwing van de data zijn onderdeel van de redactievergadering en kunnen aanleiding zijn voor nieuwe ideeën. De bespreking van de papieren krant vindt bij voorkeur niet plaats in de ochtendvergadering. De redactie heeft ’s ochtends altijd de blik vooruit en kiest bij voorkeur andere momenten voor evaluatie en nabespreking.

Datarapporten zijn per regioredactie voor chefs beschikbaar in online dashboards, waarbij leidraad is dat we leren van de data om onszelf als redactie en als individuele redacteur te verbeteren, dat betekent: een zo goed mogelijke digitale presentatie van ons werk voor een zo’n groot mogelijk publiek. Die grootte kan overigens per portefeuille verschillen. Een redacteur die sport verslaat in een kleine regio heeft een ander publiek dan de politiek verslaggever in Haarlem of Alkmaar.


3. hoe gaan we te werk (compostie)? (bron: stijlboek de Volkskrant)

Het schrijven van een bericht of een verhaal vereist een planmatige, systematische aanpak. 

> Bepaal het journalistieke genre
Nieuwsbericht (kort, ‘aangekleed bericht’ of een groter verslag); reportage; interview; profiel; analyse; reconstructie; overzichtsartikel; recensie; postuum; commentaar; column; kader; service. Het aparte genre ‘achtergrond’ kennen we niet. Achtergronden worden ten principale verstrekt in alle artikelen

> Bepaal de functie van het artikel
Feiten aandragen (nieuws, informatie); overzicht bieden (achtergrondverhaal, overzichtsartikel, reconstructie); inzicht geven (analyse, beschouwing); oordeel geven (commentaar, recensie, bespreking); advies (service); emotie (menselijke invalshoek, bij reportage, profiel, postuum, interview). 

> Verzamel het materiaal
Pak de telefoon, ga op pad, gebruik online tools (zie apart hoofdstuk in dit handboek), raadpleeg documentatie of archiefmateriaal. 

> Orden het materiaal
Wat hoort bij elkaar? Wat is nieuws, wat is de nieuwsaanleiding, wat is achtergrond, wat is sfeer, wat is nadere (eventueel overtollige) informatie?

> Bepaal de centrale vraag of het centrale thema
Bij een nieuwsbericht is dat de kern van het nieuws. Bij een groter artikel is dat de centrale vraagstelling. Bij een column of een licht stukje is dat de rode draad in het betoog of verhaal. 

> Maak een compositie
Tot zover volgt de journalist zijn eigen spoor. Nu komt de omslag: het perspectief van de lezer. Bepaal een volgorde van de informatie, gedacht vanuit de lezer. In welke volgorde wil de lezer de informatie aangeboden krijgen om het verhaal geboeid te kunnen volgen? Bij een nieuwsbericht ligt dat anders dan bij een andersoortig verhaal. Bepaal de compositie zo, dat de lezer op een soepele manier door het verhaal wordt gegidst. 

> Dan komt het schrijven

  • Maak een pakkende beginzin of een pakkend begin.
  • In nieuwsberichten: het belangrijkste nieuws voorop. In andersoortige verhalen: een prikkelend begin, dat noodt tot verder lezen.
  • Let op de overgangen van alinea naar alinea. Die maken de structuur van het verhaal voor de lezer duidelijk.
  • Schrijf in de sfeer van doel, functie en context van het verhaal. Vermijd woorden of uitdrukkingen die uit de toon vallen, tenzij ze een functie hebben.
  • Bij langere artikelen: geef het verhaal een kop, een romp en een staart. Laat het verhaal niet weglopen. 

 > Lees het verhaal nog eens over
Let daarbij op vijf dingen:

  • Beantwoordt het verhaal aan doel, functie en context?
  • Kan de lezer aan het eind antwoord geven op de vraag: waar ging het verhaal over?
  • Zit er een duidelijke structuur in het verhaal (alinea-indeling)?
  • Staan alle letters (tikfouten), woorden (spelling), zinnen (stilistiek), punten en komma’s (interpunctie) goed?
  • Zijn de namen van de betrokkenen goed gespeld? Is voor de lezer duidelijk over wie het gaat (functieaanduiding, nadere informatie)? 

> Laat het verhaal door een collega lezen


4. journalistieke schrijfstijl: ambachtelijke richtlijnen (bron: stijlboek de Volkskrant)

Journalistiek schrijven is een vak met ambachtelijke regels. Het is duidelijk iets anders dan het schrijven van een scriptie, een schoolopstel of een literair verhaal. Het is functioneel schrijven: helder en duidelijk aan de lezer vertellen wat er te vertellen is. Richtlijnen: 

> Bepaal duidelijk doel, functie en context van het artikel. Een reportage in het nieuwskatern van de krant is iets anders dan een portretterend interview in een bijlage.

> Formuleer duidelijk de centrale vraagstelling. Dat is de rode draad in het verhaal. De lezer moet aan het eind duidelijk kunnen antwoorden op de vraag: waar ging dat artikel over?

> Denk steeds aan de lezer. De lezer leest anders dan de schrijver. Daarop moet de schrijver anticiperen. Trek de lezer het verhaal in, houd hem bij de les en houd het spannend tot het einde toe. Een verhaal moet een prikkelend begin, een stevig midden en een duidelijke staart hebben. Laat het verhaal niet weglopen. 

> Een goed begin is het halve werk. Een krachtige of pakkende aanhef doet wonderen. Een speelse kop doet het artikel leven. Liever geen loze beginzinnen (‘Daar is-ie dan’, ‘De kogel is door de kerk’, ‘Boer Teunissen kijkt somber voor zich uit’, ‘Geduld is een schone zaak’), geen wezenloze citaten, geen academische inleiding (stadhuistaal). Wel:

  • bij een wat groter verhaal: een pregnante opmerking of gebeurtenis, die het centrale thema op een pakkende manier illustreert;
  • bij een nieuwsbericht: de kern van het nieuws luid en duidelijk neerzetten in korte, ritmisch goed lopende zinnen (de nieuwstoon);
  • bij een verhaal over een complexe materie: van makkelijk naar moeilijk (breng het onderwerp in de huiskamer, dicht bij de mensen). Maak snel duidelijk wat de nieuwsaanleiding tot het verhaal is.

> Vermijd oordelende woorden of zinswendingen in een nieuwsgericht verhaal. Laat het verhaal zichzelf vertellen. Gebruik geen woorden als: ‘dus’, ‘inderdaad’, ’terecht’, ‘namelijk’, ‘want’, ‘eigenlijk’. Houd commentaar en nieuws gescheiden. 

> Gebruik citaten functioneel. Vertel een eigen verhaal (veel parafraseren) en lardeer dat met pakkende citaten. Let op de afwisseling van eigen tekst en citaat. 

> Wees bedacht op jargon. Elke maatschappelijke sector heeft zijn eigen jargon: afkortingen, technische uitdrukkingen, allerlei dingen bekend veronderstellen. Denk aan de lezer. Wat moet die weten om het verhaal te kunnen volgen? Vermijd ambtelijke taal uit nota’s, rapporten, vonnissen, politieberichten, voorlichting.

> Denk aan een functionele alinea-indeling. Maak niet te lange alinea’s. Zorg dat er voldoende wit in de afgedrukte tekst komt. Begin een nieuwe alinea met een kernachtige zin om de structuur van het verhaal duidelijk te markeren. 

> Schrijf bondig. De lengte van zinnen is niet aan vaste regels gebonden. Let op vaart, ritme en melodie. Vermijd woorden als ‘heel/hele’, ‘veel/vele, ze voegen veelal niets toe en ze houden op.

> Stop niet te veel informatie in één zin. Doseren is een kunst. 

> Probeer abstracte zaken concreet te maken met goede vergelijkingen of beeldspraak

> Maak spaarzaam gebruik van woorden of tekstdelen uit een andere taal. Wees in zo’n geval in elk geval bedacht op een eventueel noodzakelijke vertaling. 

> Wees zuinig met ‘opleukende’ bijvoeglijke naamwoordenHet verhaal krijgt anders  al snel een bombastisch karakter.

Let op de woordkeuze. Gebruik geen uit de toon vallende woorden (‘hartstikke’, ‘klote’) in een zakelijk-informatief verhaal, tenzij ze functioneel zijn.

 


5. Kunstmatige intelligentie (AI) in ons journalistieke werk

Wij zijn ervan overtuigd dat onze kracht ligt in het actuele en lokale karakter van onze (nieuws)verslaggeving. Daarmee maken we iets dat generatieve kunstmatige intelligentie (AI) niet of slecht kan. Wij zijn ons er tegelijkertijd van bewust dat er AI-toepassingen op de markt zijn die ons bij (delen van) ons werk kunnen assisteren. Het gebruik van kunstmatige intelligentie in ons journalistieke proces mag niet ten koste gaan van het publieke vertrouwen in ons werk. We moeten er altijd transparant over zijn en er verantwoordelijkheid voor nemen. Het gebruik van AI moet in ons werk altijd gepaard gaan met een vakkundig, menselijk oordeel. Het gebruik van AI in ons werk mag nooit tegen de uitgangspunten van onze missie ingaan: we luisteren, we brengen het nieuws dat er echt toe doet in de omgeving van onze lezers. We zijn altijd dichtbij.

AI-tools kunnen assisteren bij tijdverslindende taken als transcriptie (audio omzetten in tekst), eindredactie, voorlezen (tekst omzetten in audio), analyse van grote hoeveelheden tekst, cijfers of documenten, doen van suggesties voor koppen boven artikelen, eenvoudige video’s genereren waarin eigen tekst en beeld worden omgezet naar een simpel videoformat, samenvattingen voorstellen en brainstormideeën genereren. Als we met AI tijdrovende taken kunnen versnellen, houden we meer tijd over om onderscheidende journalistiek te maken.

Daarom enkele richtlijnen voor het gebruik:

  • Applicaties die gebruik maken van generatieve kunstmatige intelligentie zijn een gereedschap, geen informatiebron. Ze kunnen een gereedschap zijn om aan informatiebronnen te komen en informatie uit geselecteerde bronnen te analyseren.
  • De selectie van bronnen, verificatie, en nakomen van journalistieke verplichtingen zijn altijd mensenwerk.
  • Bij elk gebruik van generatieve AI moet rekening worden gehouden met het risico dat ogenschijnlijk nauwkeurige inhoud in werkelijkheid een algoritmische ‘hallucinatie’ is, zonder feitelijke grondslag. Ook kunnen taalmodellen een onbedoelde vooringenomenheid vertonen.
  • We houden rekening met de mogelijkheid dat door AI gegenereerde content inbreuk maakt op andermans auteursrecht en onwenselijke vooroordelen en voorkeuren etaleert.
  • Het gebruik van specifiek voor onze redactie ontwikkelde AI-tools (bijv. koppen/summary-generator) is geoorloofd, maar gegenereerde tekst moet altijd als suggestie worden behandeld en na menselijke overweging en onder menselijke verantwoordelijkheid in een journalistiek eindproduct worden opgenomen.

Beeldgebruik:

  • In beeldbewerking gebruiken we generatieve AI-tools nooit om in journalistieke foto’s elementen toe te voegen of te verwijderen.
  • Generatieve AI-tools voor beeldbewerking, die gebruikt worden voor illustraties en beeldcompilaties, mogen alleen worden toegepast door de beeldredactie. Het resultaat moet in context worden voorgelegd aan de hoofdredactie.
  • Bij het gebruik van beeld uit beeldbanken checken we pro-actief of het beeld gegenereerd is door AI. Als dat het geval blijkt, dan gebruiken we het beeld niet.

Verantwoord gebruik:

  • We gaan bij het gebruik van AI-applicaties verantwoordelijk om met vertrouwelijk materiaal zoals bronnen en documenten. De voor Mediahuis gecreëerde Copilot-omgeving is afgeschermd voor de buitenwereld en daarmee veilig.
  • We gebruiken AI op gecontroleerde wijze voor het verbeteren van de gebruikerservaring (bijv. koppen/summary-generator)

Transparantie en toezicht:

  • Het gebruik van door AI gegenereerde tekst of beeld in het journalistieke proces moet expliciet vermeld worden in de uiteindelijke publicatie. In gevallen waarbij AI gebruikt is als creatieve sparringpartner en waarbij de auteur het eindresultaat schrijft (bijv. koppen/summary-generator), hoeft dat niet.
  • Bij het genereren van tekst, beeld of video met gebruik AI moeten leidinggevenden (chef én hoofdredactie) daarvan op de hoogte zijn en akkoord geven.
  • Overtreding van de regels zal worden behandeld in dezelfde lijn als we plagiaat behandelen en leidt tot (afhankelijk van de omvang en de schade) minimaal een formele waarschuwing.

Alle medewerkers van Mediahuis krijgen diepgravende, actuele trainingen over het gebruik van kunstmatige intelligentie. Ze begrijpen daardoor de manier waarop generatieve kunstmatige intelligentie werkt en ze kunnen door kunstmatige intelligentie gemaakte content beoordelen en herkennen. De opgedane kennis en vaardigheden worden regelmatig bijgespijkerd.

Deze richtlijn wordt regelmatig geüpdatet omdat de ontwikkelingen op dit vlak snel gaan en uitgangspunten dus mogelijk verouderen.